http://degroteoversteek.blogeiland.nl

Top sites
- Leuke boeken & dvd's
- Leuke babywinkel
- Speur plaza
- Auto spot
- Gratis weblog
- Nieuwe ringtones
- Webcam chat
- Gratis dating
- Plaatjes kleurplaten
- Verhuur je koophuis

Logs van
--- Archief ---


Afbeelding/foto


Blogeiland-blogs
anne.blogeiland.nl
bittan.blogeiland.nl
SYasar.blogeiland.nl
bestezomeraanbod.blogeiland.nl
annefrank.blogeiland.nl
goldendiary.blogeiland.nl
dutchguys.blogeiland.nl
wire.blogeiland.nl
lifeofizza.blogeiland.nl
XxMyDiaryxX.blogeiland.nl
html / Webdesign vragen?
Je eigen weblog?

17-03-2009 - Skon Panama

Ik loop achter de feiten aan te schrijven. Overmorgen vliegen we al weer naar Nederland. Maar voor ik jullie opzadel met een verslag van het wonderschone Panama, tóch even een aparte vermelding voor Willeke en Koos.


Willeke en Koos, Koos en Willeke; 2 karikaturen uit een matige, door een regionale zender uitgezonden televisieserie over een achterbuurt in Rotterdam. Koos en Willeke roken allebei zware shag, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ze zijn pezig en spichtig. Kleine knaagdiertjes. Willeke babbelt er oerhollands gezellig op los en Koos vertoont verbluffende gelijkenissen met Smeagol (LOTR), inclusief de grijzige, vette slierten haar die achter op zijn hoofd groeien. Koos heeft keelkanker, denken wij, maar we durven het niet te vragen. Zijn praten is eerder een hees soort brommen, dat hem duidelijk veel moeite kost. Hij heeft wonden op zijn benen die hij steeds maar openkrabt. Het bloed blijft vervolgens aan zijn handen zitten. Daar worden we een beetje misselijk van. Maar eerlijk is eerlijk, Koos en Willeke zijn schatten van mensen. In 2003 gingen ze op vakantie naar Costa Rica, ze werden direct verliefd op het land en verkochten vervolgens hun hele hebben en houwen in Nederland om er te gaan wonen. Sinds 4 maanden runnen ze een hostel in Cahuita, met de enigszins softerotische naam 'the secret garden'. Een zwervende reggaeneger met fiets en poncho (zoals ik al zei; het regent in Cahuito) wijst ons de weg naar deze geheime tuin en verwacht in ruil hiervoor dollars, die wij hem eerst heel Hollands níet geven, maar 's avonds alsnog wél, omdat hij ons er persoonlijk op wijst dat hij nog geen betaling heeft gehad voor de bewezen dienst. Het hostel is heerlijk! Dát snappen Nederlanders, in tegenstelling tot (om ze maar allemaal over 1 kam te scheren) Centraal Amerikanen, maar al te goed; hoe je een plek gezellig moet maken. Gezelligheid is iets typisch Hollands. Lekker kneuteren achter zelfgehaakte gordijntjes. Thee drinken met kaarsjes aan. Hier is dat anders. Overal in Centraal Amerika vind je kamers met een tl-balk of slecht 1 kaal, wit peertje aan het plafond. En dat terwijl het zó'n kleine moeite is om een schilderijtje aan de muur te hangen, of een lampenkapje op de kop te tikken. Dat gaat niet over geld, dat gaat over inzicht. Willeke heeft dat heel goed begrepen. Op ons nachtkastje staat een vaasje met bloemen naast een gezellig lampje mét kap. Aan de muur hangen kleurige schilderijtjes en overdag doet Willeke gewoon even gezellig die kamer "want dat gaat in één moeite door." Verder kunnen we er gebruik maken van een keukentje, dus Cahuita is aardappels, bloemkool, worst en regen voor ons. Ofwel; een vleugje Nederland in het verre Costa Rica.


Nu over naar Panama. Vanuit Cahuita rijden we in 2 uur door de zeikregen naar de grens, waar we eerst langs een soort afgrond moeten manouvreren en dan een idioot gevaarlijke brug moeten oversteken met de buggy en backpacks, terwijl de ene monstertruck na de andere ons voorbij rolt en we de rivier onder ons zien klotsen door de gaten in de brug. Na een taxirit en wat overstapperikelen zitten we na een uur of 4 dan toch in een bus die ons naar David zal moeten brengen. Juul nestelt zich met zijn koppie in mijn schoot om in slaap te vallen, maar de chauffeur beslist anders en zet de radio op het hoogste volume, hierbij niet de moeite nemend om deze zorgvuldig af te stemmen. De komende uren worden gevuld met politiek getinte speeches, doorspekt met ruis en afgewisseld met schreeuwerige reclames. De speakers van de radio zitten vlak boven ons hoofd, dus er is geen ontkomen aan. Gelukkig gaat Juul desondanks knock out. Dan eindelijk, eindelijk rijden we de bergen en daarmee de regen uit. Wat we te zien krijgen is adembenemend. Een landschap zó fris, zó groen, divers, groots en imposant, dat we de rest van de reis uit het raam hangen om er maar niets van te missen. Spectaculaire wolkenluchten boven een grillig  berglandschap in duizend kleuren groen. Dít is dus Panama! We zijn op slag verliefd. 


Aanvankelijk denken we misschien een dag of 2 in David te blijven, alvorens af te reizen naar de Pacific, maar als we die avond terecht komen in een van vloer tot plafond met zwarte tegels bedekt hok zonder ramen (en dát de beste deal van de stad lijkt te zijn), bedenken we ons en besluiten de volgende dag direct door te reizen. Boca Chica is onze bestemming, al weten we niet precies wat we daar kunnen verwachten behalve het feit dat het vanuit hier slechts 200 meter varen is naar het eilandje Boca Brava en we, puur op basis van een alinea in de Lonely Planet 'iets' hebben met dat eiland. Het dorpje Boca Chica blijkt een straat met nog geen 20 huizen te zijn. Er is een piepklein winkeltje, een steiger waaraan wat oude bootjes liggen en een uitgestorven club voor sportvissers, that's it. Het enige hostel dat Boca Brava (het eiland) rijk is, zit bomvol, dus we zijn aangewezen op de enige slaapgelegenheid van het dorp, gerund door 2 broers uit Alaska (waarvan we er slechts met 1 kennis maken, die wonderlijk genoeg een zwaar Texaans accent heeft). Een wit, in plaats van een zwart hok, en een ventilator die het geluid maakt van een laag overvliegende DC10. Maar buiten staat een fijne tafel, waar we 's avonds prima kunnen zitten. Overdag laten we ons naar het eiland varen, om daar 3 heerlijke dagen door te brengen aan een prachtig klein strandje. Boca Brava is bloedverziekend heet, zoals overal aan de Pacific, 35 graden in de schaduw is een heel normale temperatuur hier. Dat is afzien, maar aangezien de gemiddelde dagbesteding niet veel verder gaat dan van de handdoek het water in lopen en weer terug, houden we dapper stand. Juul geniet! En wij ook. De uitzichten vanuit het koele terras op de klif van het eiland zijn adembenemend; een knalblauwe zee met daarin tientallen eilandjes, zo nu en dan een bootje en verder niets, helemaal niets.  Woest, ongerept en groen, groen, groen! Dit gebied is nog compleet onontgonnen.


Het plan de campange is om nu toch eindelijk naar Bocas del Toro te gaan, in de hoop dat de regen heeft plaatsgemaakt voor zon, maar helaas. Het weer in Bocas blijft onstabiel en als we, weer terug in David, contact opnemen met onze Nederlandse vrienden Hanke en Frodo (die we na Ometepe even uit het oog zijn verloren), om te vragen hoe het met hun Bocasplannen staat, blijkt dat zij op dat moment in Boquette zitten, op zo'n uurtje afstand van David. Ook bij hen grote twijfel vanwege de weesromstandigheden. Hak, die knoop. Bocas krijgt nog wat extra tijd om zich te prepareren op onze komst en wij reizen af naar Boquette, in de absurd groene binnenlanden van Panama. Zowel de omgeving, als het stadje zelf, doen ons onmiskenbaar denken aan de Alpen. Zelfs de bouwstijl heeft hier en daar een Oostenrijks tintje. Veel wit, en veel hout. Veel groene weiden met dikke koeien ook, die mals gras staan te herkauwen. Door het dal kronkelt een wilde rivier en talloze kleine stroompjes, beekjes en watervalletjes banen zich een weg door het groene landschap. Het weerzien met Hanke en Frodo is goed. Bijna een maand lang hebben onze wegen elkaar gekruist en we hebben elkaar écht wel een beetje leren kennen. Juul vindt het ook heerlijk hen weer te zien en eindelijk weer eens tegen iemand anders dan zijn ouders aan te lullen over zijn Thomastreinen en andere belangrijke peuterzaken. Met z'n vijven brengen we een middag door in de hotsprings die in de bergen rondom Boquette liggen, om vervolgens helemaal rozig van het warme water een stel baggervette pizza's naar binnen te werken in een tl-verlicht restaurant, terwijl Julius (na verlies van het mapje met daarin AL onze dvd's!) een Spaanstalige Dora zit te kijken aan tafel met een vette snoet. Het leven is goed!


De volgende ochtend reizen we samen met Hanke en Frodo voor de derde en ditmaal écht laatste keer naar David. Hier op het station zullen onze wegen zich scheiden. Wij hebben met pijn in het hart besloten Bocas van onze todo-list te schrappen en ons via de Pacifische kust van Costa Rica omhoog te werken tot we ter hoogte van San José zijn. Hanke en Frodo zullen waarschijnlijk via de binnenlanden van Panama naar 'the City' rijden, om vanaf daar hun reis per vliegtuig te vervolgen (zij hebben nog 3 maanden Zuid-Amerika op het programma staan, grmbl). Maar bij ons allevier zit nog twijfel. Moeten we niet tóch naar Bocas? Moeten we de gok niet gewoon tóch wagen...? "Tot in Bocas", lachen we, als wij met onze backpacks richting de bussen lopen en zij achterblijven, omdat ze nog een pakket met souvenirs naar het postkantoor van David moeten brengen. Moeilijk moeilijk. Hier staat de bus naar Bocas, daar die naar de grens. Wat moeten we doen? Zullen we...? San, wat vind jij? Nee, wat vind jij?! Nee, maar die weerberichten... We komen daar níet meer weg als het écht ruk blijkt te zijn. Ja, dat ís wel zo, maar krijgen we geen spijt als we niet... ja, weet ik veel. Ik weet het niet, beslis jij maar. Nee, jij! ARGH!!!



Gepost door: renzell op 17-03-2009 om 03:17
Klik hier om de 1 reactie(s) te bekijken.
10-03-2009 - Reizen met Juul

De score van vandaag; 2 Thomas t-shirtjes (wát een feest!), een plastic vishengel met 5 gekleurde vissen, een Spaanstalige dvd van Dora, een dikke, vette pizzaslice, een `soort van Scoop` (voor de leken; de graafmachine van Bob de Bouwer) een banaan, 2 pakken crackers met jam uit een tube, een ei en een voetbal. Juul had weer even wat nieuwe input nodig...


Het reizen met een peuter vergt een aantal zeer specifieke kwaliteiten van de backpakkende ouder, zoals daar zijn; een onuitputtelijk geduld en dito inventiviteit als het aankomt op het vermaken van het kind op de vierkante meter, het vermogen tot razendsnel schakelen tussen gesprekken over Thomas de stoomlocomotief en `grotemensenpraatjes` (zoals Juul ze placht te noemen) en het talent om met een loodzware backpack op je rug in de allesverschroeiende hitte een buggy met daarin een behoorlijk uit de kluiten gewassen peuter door pittoreske `cobblestone streets` vol gaten  en kuilen te manouvreren en daarbij tevens je goede humeur te behouden.


Soms willen we meer dan we kunnen met Juul. Dat frustreert wel eens. Je bent er zó dichtbij, maar tóch kun je die 10 uur durende klim naar de top van de vulkaan niet maken, tóch kun je niet eens samen een nachtje doorhalen, die ongemakkelijke bustocht langs al die prachtige, kleine bergdorpjes maken of gewoon de hele dag ronddobberen in een kayak. Een hike van een uur is soms gewoon al teveel voor hem. Dan begint het gedonder al na 100 meter, als Juul begint te gillen dat ie `in de nek` moet. Uiteindelijk eindigt zo`n tripje dan in ruzie met tranen, sorry en kusjes. Op deze manier heeft Sander al heel wat kilometers afgelegd met een verhitte peuter op zijn schouders en een volle daypack op zijn rug. Dientengevolge is onze reis feitelijk een zeer uit de hand gelopen strandvakantie. Af en toe frommelen we er stiekem een stad of bos tussendoor, maar altijd met de belofte aan Julius dat we daarna metéén weer naar de zee zullen gaan. Dit principe werkt goed. Als Juul het  geslenter door de stad zat is, hoeven we maar 1 ding te doen; de eerste bus richting een strand nemen (zowel de Pacific als de Caribian zijn hier altijd binnen handbereik), dan is alles weer koek en ei. Het reizen zelf gaat wonderbaarlijk goed. Kleine kinderen lijken zich op de een of andere manier makkelijk te verzoenen met de gegeven omstandigheden. Juul trekt lange busreizen bijvoorbeeld over het algemeen verbazingwekkend goed. Het feit dat we het mapje met alle 20 dvd`s enkele dagen geleden in een taxi in David hebben laten liggen, zal hier echter wellicht verandering in brengen. Morgen zullen we de vruchten van deze actie plukken.


Maar wát geweldig is het dat Juul hier zomaar door wildvreemde meisjes wordt gezoend. I love you, zeggen ze dan tegen hem en dan kijkt ie zo schattig verbaasd en geamuseerd. Wat heerlijk is het om hem te zien rausen in de zee, besmeurd met modder, met die lange, witblonde vlassen en dat zongebruinde lijfje, om hem in het zand te zien wroeten met die eeuwige Thomastrienen (ja, óók hier), om hem luidkeels mee te horen zingen met Bob de Bouwer als we in een overvolle bus zitten, om filosofische gesprekjes met hem te voeren over de zon, de maan en de sterren, of om hem glunderend te zien likken aan een veel te snel smeltend ijsje. Wát kan dat jongetje genieten!


Ouder zijn is iets universeels. Overal op de wereld hebben mensen kinderen. Waar je zonder kind, maar mét backpack op je rug, toch vaak in 1 oogopslag door de lokale bevolking bestempeld wordt als `luidruchtige, verwende westerling`, breken de meeste gezichten onmiddellijk open als ze je voorbij zien zwoegen met die buggy. Ha, een moeder, zie je ze denken en ze beginnen een praatje, of ze geven Juul een aai over zijn bol en beginnen in het Spaans tegen hém aan te ratelen (STILTE! roept Juul heel hard als ie daar geen zin in heeft...). Maar de openheid zodra ze zien dat je een kind bij je hebt is geen cliché, het is een waarheid. Op deze manier hebben we al veel grappige, kleine gesprekjes gevoerd en menig Guatemalteek, Beliziaan of Panamees aan het lachen gemaakt met die kleine snuiter van ons. En dát is natuurlijk een prachtig kado. Het brengt ons een stapje dichterbij de mensen hier dan we anders hadden kunnen komen. Dat gevoel hebben we tenminste.


Hieronder een kleine greep uit de peuterwijsheden waar Juul ons de hele dag op trakteert;


"Hier is het altijd zomer hè mama, maar in Nederland is alles wat beter geregeld, hier is het soms maar een troepje. Maar mijn graafmachine kan dat wel opruimen hoor."


"In deze wereld zijn alle meisjes verliefd op mij hè..?"


"Je hoeft niet bang te zijn mama, want als er slangetjes komen, dan ga ik ze doodvechten met deze stok."


"Sommige kleine diertjes hebben vergif in zich hè? Maar de grote diertjes eigenlijk niet, want die zijn zelf al sterk genoeg om te vechten."


Terwijl hij met groot enthousiasme op mijn kont slaat; "Mijn mammiesh, mijn lekkere, dikke mammiesh, met je dikke, dikke billenkont!"


Of, terwijl hij met zijn volle gewicht op Sanders slapende hoofd gaat zitten, of hem een paar zweetkakkies in het gezicht drukt, een heel triomfantelijk; "Alsjeblieft papa!"


"Hoe groot moet een reus zijn om de hele wereld op te tillen?"


"Er zijn drie manieren om de mugjes dood te maken; natuurlijk met muggenspul, en met pilletjes, óf mijn de haak van mijn soort van graafmachine. Dan prik ik de mugjes kapot."


"De zon wil je velletje eraf branden, maar als je dan zonnecreme opdoet, dan zegt de zon; grrrr, grrr, ik kan je velletje er niet af branden. En dan heeft de zonnecreme gewonnen, hè mama, zo is dat."


En zó is dat!



Gepost door: renzell op 10-03-2009 om 02:17
Klik hier om de 4 reactie(s) te bekijken.
06-03-2009 - Er zijn grenzen!

Er zijn grenzen en er zijn grenzen. Wij zijn er om precies te zijn al 5 gepasseerd sinds het begin van onze reis. Maar de grens van Nicaragua naar Costa Rica slaat alles. Met in ons achterhoofd het vooroordeel dat we hebben over Costa Rica, verwachten we eigenlijk geen enkel probleem bij deze overgang, we gaan immers het meest geciviliseerde, veilige, veramerikaniseerde en met name georganiseerde land van Midden Amerika in. Heel vaag in ons achterhoofd zit ergens dat zinnetje uit Lonely Planet, dat het bij Peñas Blancas geen pretje is Costa Rica binnen te komen, maar veel aandacht hebben we er niet aan geschonken.


De dag begint al vroeg, halverwege de nacht om precies te zijn. De wind giert om onze kamer en ik ben bang voor inwaaiende kokosnoten (een waarschijnlijk ongegronde angst, maar hij bezorgt me wél een slapeloze nacht). Dan piest Juul zijn bed nat. Grmbl! Ik in het natte bed, Juul in zijn blote kont bij San. Slapen zit er helaas niet meer in deze nacht. Fluisterend bespreken we de situatie en met name de veiligheid van de overtocht naar het vasteland (onze schrik voor boten zit er nog steeds goed in). We besluiten het erop te wagen en verzekeren elkaar steeds opnieuw dat als we het niet vertrouwen, we dan níet de boot op zullen gaan. Geroutineerd pakken we onze spullen en met opgerolde pannenkoeken in onze broekzakken (het ontbijt) is het weer eens haasten voor een bus die uiteindelijk pas 3 kwartier aan komt tuffen. Hij zit tjok- en tjokvol. Via een achterdeur worden we naar binnen geperst en na een claustrofobisch half uurtje, bereiken we de haven van Ometepe.


Het water is ruw, maar de wind neemt in kracht af. Voorlopig besluiten we het erop te wagen. De veerboot heeft echter grote moeite om aan te meren. Minimaal 5 keer moet hij opnieuw achteruit steken, voor ze eindelijk de trossen naar de kant gegooid krijgen. Zo, we zitten. Het feit dat we allemaal een zwemvest in onze handen gedrukt krijgen is geruststellend aan de ene kant en verontrustend aan de andere. Het wachten is op vertrek.


Plotseling krijgen we een seintje. Iedereen de boot uit! Geen uitleg verder.  Het wachten is op de volgende. Ook deze boot doet er lang over om aan te meren. Zo lang, dat twee breedgeschouderde zwemmers te water gaan om touwen naar de boot te zwemmen. De menigte moedigt aan. De poging mislukt echter jammerlijk en de zwemmers moeten het water uitgevist worden omdat ze anders verzuipen in de wilde golven. Na ongeveer een uur lang manouvreren en een menigte die veel heeft weggekregen van een horde voetbalsupporters, is het dan toch gelukt. Aan de verkeerde kant weliswaar, maar een kniesoor die daar op let. Enige probleem is dat de klep niet helemaal open kan en daardoor de enige auto die op het pontje staat, de boot niet af kan rijden. Wéér suggesties van de inmiddels steeds groter wordende menigte er omheen. Met pallets wordt het gat van een halve meter, dat tussen de klep en de kade zit, min of meer gedicht. Als de auto eraf rijdt, horen we het doodringende geluid van metaal op metaal. De menigte joelt. Maar we kunnen aan boord.


Na een onrustige overtocht, waarin verder niet veel spannends gebeurt (godzijdank!) hebben we Ometepe definitief achter ons gelaten. Juul slaapt in de buggy. Wij eten een snelle en smakeloze almuerzos in een comedor met plastic tafeltjes (kip, rijst, bonen en tortilla´s, wat anders) en pakken dan een taxi naar de busterminal. Op naar Costa Rica! Die 2 uur vertraging halen we straks wel weer in.  Niets blijkt minder waar. Na per taxi van de ene naar de andere kant van het stadje Rivas gebracht te zijn, komen we erachter dat het tóch niet meer lukt om vanaf hier een rechtstreekse bus naar San José te pakken. We zullen dus eerst met de bus naar de grens bij Peñas Blancas moeten, en vanaf daar verder reizen naar de hoofdstad (ons plan om naar de cloudforests van Monteverde te reizen is die ochtend al als sneeuw voor de zon verdwenen, toen een behulpzame backpakker ons fijntjes uitlegde hoe die reis er precies uitzag). Uiteindelijk proppen we ons met 2 Nicaraguanen in een andere taxi en blazen in een half uur naar de grens.


En hier begint dan het grote wachten. Urenlang staan we in een niet tot nauwelijks slinkende rij. De apparatuur blijkt er mee gestopt te zijn en de ambtenaren drinken rustig en met een zelfvoldane glimlachjes op het gezicht koffie, terwijl honderden verhitte, bepakte en bezakte reizigers weg willen van hier. De irritatie stijgt tot grote hoogten. Juul vermaakt zich met het bellen van de opa´s en oma´s en tante Floortje (want ja, na 3 weken onbereikbaarheid, zorgt Costa Rica er wél voor dat je mobile telefoon het zelfs hartje jungle doet). Als we eindelijk eindelijk aan de beurt zijn en de papzak achter het loket me zonder pardon wegstuurt, omdat hij zegt geen wisselgeld van 20 dollar te hebben, trek ik hem bijna aan zijn stropdas door het raampje naar buiten.


Nog een paar rijen, 600 stempels aan weer nieuwe loketten en 3 gore, kleffe broodjes verder, zitten we om 17.30uur eindelijk in de bus naar San José. 3,5 uur, moet die er over doen, maar om 23.00uur komen we pas aan in de hoofdstad en geven vevolgens onze aardige taxichauffeur veel te veel fooi, omdat we het omrekenen van de de munteenheid van Costa Rica nog niet onder de knie hebben.


De volgende dag pakken we een bus naar Cahuita, aan de Caribian. Zon, zee en strand willen we. Helaas, het regent hier als een dolle (maar het is hier wel GROEN!). Vandaag zagen we voor het eerst de zon. Dan zie je direct ook de potentie van de plek, die werkelijk prachtig is! Er zitten hier  véél dieren, da´s ook leuk; aapjes (white faced en howlers), sloths (vandaag al 3 gezien... ik ben verliefd op hun kleine snoetjes, dat beetje misvormde lichaam en die trage bewegingen), leguanen, slangen en legio ander gespuis. En, jawel.... vandaag zag ik een toekan! Hiep hiep hoera.


Morgen tóch maar naar Panama. Eerst de Pacific misschien, om dan te eindigen in Bocas del Toro. Maar da´s weer een heel ander verhaal...


Adios freunden!


 


 



Gepost door: renzell op 06-03-2009 om 00:31
Klik hier om de 3 reactie(s) te bekijken.
01-03-2009 - Isla de Ometepe

We zijn verliefd geworden op dit prachtige eiland, met zijn wonderbaarlijke natuur en vriendelijke mensen. Sowieso vertrekken we morgen met pijn in het hart uit Nicaragua, het land dat ons het meest lief is geworden van alle landen die we tot nu toe hebben bezocht en waar ik heel graag ooit terug zou komen. Een land met een roerig en intriest verleden, maar met inwoners die hier niet onder gebukt gaan en die een bewonderenswaardig soort openheid hebben.


Nu dus Ometepe. De tijd lijkt hier stil te hebben gestaan. Varkens en paarden lopen kalmpjes langs de kant van de weg, een vrouw komt een bus in met 5 levende vissen en lacht trots, vieze kindjes zwaaien ons vol enthousiasme toe, op een landweg stuiten we op een processie waarbij zo´n vijftig mensen zingen en om de honderd meter knielen bij een kruis langs de kant van de weg, broodmagere honden schooieren taco´s uit onze handen en als iemand de bus mist, dan hoeft ie niet te rennen, dan rijdt de bus gewoon een stukje terug, over de haast onbegaanbare weg, vol kuilen en andere hindernissen. En iedereen lacht erom. Geen haast hier. Nauwelijks structuur ook. Maar een levenshouding die ons raakt. Vandaag heb ik een vis. In de boom groeien mango´s.  Mijn kip legt een ei. Mijn buurman bakt brood en wij eten er van mee. Ik doe de was in de rivier. We hebben een bed en een paard. Mijn kinderen lachen. Vandaag is het goed. Dat is Ometepe. En het voelt alsof wij nog heel veel van deze mensen kunnen leren.


Per kayak gaan we het wonderbaarlijke moeras in dat tussen de twee vulkanen in ligt, de zogenaamde ´río Isthmus´. Juul slaapt (zelfs hier), met een rode snoet en een zwemvest aan. Onwaarschijnlijk mooi is het hier. Hoewel we er maar 20 minuten kunnen zijn, omdat Juul het dan op een gillen zet en terug wil, maakt de tocht een diepe indruk op ons. Ook de wandeling van Santa Domingo (2 huizen, een tienda en een hostel) naar Mérida is indrukwekkend. We hebben meer het gevoel ´van huis´ te zijn dan ooit en willen direct ook niet meer terug.


Maar ook als je reist, verstrijkt de tijd. Morgen passeren we de grens van  Costa Rica, waar we snel doorheen zullen stomen, aangezien dit door Amerikanen overspoelde land arme backpackers als ons de hoofdprijs kost. De cloudforests van  Monteverde zijn onze volgende bestemming, waarna we in rap tempo af zullen zakken naar de Caribische kust, om vanaf daar door te stomen naar Bocas del Tora in Panama. Wát bijzonder is het, om in al deze landen een kijkje te mogen nemen. We doen ze geen recht, door er zo snel doorheen te jakkeren, maar bijzonder is het wél. We krijgen een globaal, maar naar ons idee tóch een behoorlijk goed beeld van deze uithoek van de wereld en realiseren ons dagelijks wat een geluk we hebben dat wij hier zomaar een kijkje kunnen nemen.


Zo, en nu een vis.


 


Liefs! Rens, San en Juul.


 



Gepost door: renzell op 01-03-2009 om 23:53
Klik hier om de 5 reactie(s) te bekijken.
24-02-2009 - foto`s

 


Het kostte wat tijd en gedoe, maar ik heb dan toch wat foto`s (in willekeurige volgorde) het wereldwijde web op weten te gooien. Ze staan op Sander z`n facebook. Hoe dat dan precies werkt en of iedereen daar zomaar op kan kijken, dat weet ik dan weer niet. Ga ik even uitzoeken. Meer info volgt.


 


Edit: het is nog niet helemaal gelukt geloof ik. Er staan er wel een paar op nu (niet eens de leukste), maar niet iedereen kan ze zien. We zullen vandaag of morgen proberen een fotoboek bij `flickr` oid aan te maken. Nu inpakken en wegwezen hier uit San Juan del Sur. Op naar Ometepe!


 


Liefs!



Gepost door: renzell op 24-02-2009 om 20:08
Klik hier om de 3 reactie(s) te bekijken.
24-02-2009 - Nicaragua parte dos.

Terwijl dan je grote, verwende peuter `s avonds op het drukke plein in León trampoline aan het springen is met een stel schmutsige kindertjes en wij een stuk watermeloen kopen bij een tandenloos, oud vrouwtje, trekt daar zo`n kleine kruimel aan je rok. Hij ziet eruit als net 1 jaar, maar blijkt 2,5 te zijn. Met grote, zwarte oogjes, kijkt hij je aan. Kleverig, vies kindje. Als je een stuk meloen in zijn handje druk, begint het gezichtje te stralen. Als het fruit is verorberd en de resten zijn afgeveegd aan de smerige kleertjes, loopt ie weer naar z`n holletje onder de tafel, waar zijn moeder dag in dag uit probeert om een keur aan plastic meuk, refrescos en kauwgomballen te slijten aan verhitte toeristen. Ze zit wezenloos voor zich uit te staren en paft aan één stuk door. Het kindje pakt zijn kleedje en spreidt het uit onder de tafel vol troep, rolt zich dan op als een hondje en valt erop in slaap. Mijn hart breekt als ik denk aan de toekomst die dit kind tegemoet gaat. Ik zou hem zo in mijn backpack stoppen en meenemen als het kon.


Volgende bestemming; Granada, aan de rand van het gigantische lago Nicaragua (het grootste meer van Midden-Amerika). De stad een koloniaal kunststukje. Het is er prachtig, een tikkeltje sjieker dan León en wederom buitenproportioneel heet. We vallen met onze neus in de boter; deze week is het poëziefestival, dat een hele week zal duren. Poëzie is hier kunstvorm nummer 1, met stip. Iedereen leest het. Zelfs mijn Spaanse juffie van 21 kent AL het werk van Rubèn Darío en probeert met mij haar lievelingsgedicht te vertalen  (dat tot mijn grote frustratie veel te ingewikkeld blijkt te zijn). Met onze backpacks nog op en gutsend van het zweet vallen we middenin een enorme optocht. Een soort kruising tussen het Terschellings Sunderum (googelen maar...) en Braziliaans carnaval. Heel gay Granada danst mee in de optocht. Mannen met zelfgemaakte maskers van heksen, trollen, doodskoppen, rennen door de menigte en maken kinderen en nietsvermoedende voorbijgangers aan het schrikken. Jongens zitten verstopt onder gigantische poppen van 3 meter hoog. Begeleid door woeste trommelaars, dansen de poppen wild over straat. Juul is er een beetje bang voor en wil zich er steeds van vergewissen dat ze hem niets zullen doen door te benoemen dat het `gewoon maar jongens zijn die in die popjes zitten, hè mama?` Uiteráárd komen we op dag 1 Frodo en Hanke alweer tegen. We besluiten dat het nu dan ook écht tijd is voor een officële date. Die avond nemen we Juul, een tas vol speelgoed en de portable dvd-speler mee naar de kroeg. Op tien uur ligt Juultje KO in de buggy. Om 01.00uur worden wij de kroeg uitgeveegd (het leven in Midden-Amerika eindigt vroeg, het begint daarentegen ook al rond de klok van 06.00uur, aangezien de hitte op de meeste plaatsen tegen 09.00uur al nauwelijks meer te verdragen is). Granada is leuk, maar aangezien er in lago Nicaragua niet gezwommen kan worden en de hitte zó allesomvattend is, dat we niet veel meer kunnen doen dan bezig zijn deze te ontwijken (zo brengen we bijvoorbeeld onze laatste dag door aan het nabijgelegen kratermeer laguna de Apoyo, uiteraard is het nét die ene dag dat het de hele dag waait en bij tijd en wijlen zelfs even regent, wat uitzonderlijk is voor de tijd van het jaar), hebben we veel zin in de kust, waar een hele Pacific voor handen is om in af te koelen.


San Juan del Sur is dus onze volgende bestemming. Surfersparadise. Veel blonde koppen, dreads en gebronsde lichamen ineens, behoorlijk wat `ik-ben-een-doorgewinterde-reiziger-air` ook. Niet écht ons laken en pak, dat type reiziger, maar toch genieten we ervan om aan zee te zijn. Sander heeft gisteren surfles gehad en heeft blauwe knieën en een buik van schuurpapier. Juul heeft gesurfd op een bodyboard. Dat wil zeggen dat ik het bodyboard én het kind moest vasthouden, terwijl hij erop klom om er vervolgens een seconde of 10 op te blijven balanceren, waarna hij er steevast vanaf lazerde. Maar trots als een pauw was ie, dat hij wél op de plank kon blijven staan, en papa niet. De Pacific is mooi, maar behoorlijk koud. Na een hete, lange dag op het strand, vertoon ik momenteel veel gelijkenissen met de lobsters, die hier `s avonds op de BBQ liggen. Sander is een heel rood uitgevallen neger geworden, in het geheel niet meer herkenbaar als westerling. Alleen Juul krijgt 6 keer per dag factor 50, dus die heeft gewoon een gezonde zomerkleur. Vandaag nog een laatste stranddag, alvorens we afreizen naar Isla de Ometepe; een prachtig eiland in Laga Nicaragua dat gevormd is door 2 vulkanen, waarvan er 1 nog bijzonder actief is. Daar zullen we een dag of 3 doorbrengen, waarna we óf afreizen naar de Islas de Maís in de Caribische zee, óf de 8 uur durende boottocht naar het Archipièlago Solentiname zullen ondernemen. Of dat we misschien na Ometepe toch heel decadent die Pacific afzakken en via de Panamericana Costa Rica zullen enteren. Nog even puzzelen wat voor ons de beste optie is.


Zij die het Brabants carnaval voor hun kiezen hebben gekregen in het pittoreske Eindhoven, hou vol! Het einde is in zicht!!! Wij denken aan jullie, terwijl wij nog een mojito drinken en de zon in de Pacific zien zakken.


Doei!



Gepost door: Renzell op 24-02-2009 om 17:53
18-02-2009 - HOT HOT HOT
HOT HOT HOT, dát is León. Het is hier nu 20.14uur, we komen net terug van het taco`s eten en ik heb Juul zojuist naar bed geëscorteerd. Het zweet gutst van me af. Het is op dit moment nog zéker 30 graden. Je kunt nóg zulke wilde plannen hebben, en legio goede voornemens, maar met 35 graden in de schaduw doe je toch écht niet heel veel meer dan in het zwembad liggen en af en toe een ommetje maken naar een museum, kathedraal, of gewoon maar weer naar de volgende kroeg. León kookt en zindert. Het is er prachtig bovendien! Een heel inspirerende stad, met een zeer turbulent verleden. Links-liberaal bolwerk van Nicaragua, en decor van de vele opstanden en burgeroorlogen die hier zijn uitgevochten. Met name eind jaren 70 ging het er hier stevig aan toe. Laten we het erop houden dat de links-rechts verhoudingen hier een tikkeltje gevoeliger liggen dan in Nederland. Links is links. En dat betekent dat je je vingers en je kloten er voor over hebt gehad om links te kunnen zijn. Ben je rechts, dan woon je hier niet. Dan verhuis je naar Granada; de stad waar wij morgen als rechtgeaarde toeristen zonder pardon, alsof de jarenlange strijd tussen deze twee steden nooit heeft bestaan, naar zullen afreizen. Ik schaam me er bijna voor. Vandaag ben ik rondgeleid in het museum van de revolutionairen, door één van de mannen die in dat beruchte jaar 1978 op de barricade stonden en vele compañeros zag sneuvelen onder het vuur van `la guardia nacional` (ofwel de nationale garde). Voor velen in deze stad is dit gewelddadige verleden van hun stad en land nog zeer levendig en de economische en politieke problemen van Nicaragua duren nog immer voort. León is óók de stad van de intellectuelen, van de studenten en de kunstenaars. Rubén Darío, Latijns Amerika`s meest beroemde dichter, is een Nicaraguaan. Uit León om precies te zijn. Daar zijn ze heel trots op hier. Darío leefde van halverwege de 19de eeuw, tot 1916 en is één van de grondleggers van het modernisme. Hij woonde onder andere in Argentinië, Spanje, Chili, Guatemala, Cuba en de Verenigde Staten. Hij was erbij toen rond de eeuwwisseling in Parijs en Spanje grote hervormingen in de kunsten plaatsvonden. Ik heb heel dapper een boekje van hem gekocht, dat ik voor mezelf moet zien door te spitten. Spaanse les op maat.

Juul trekt het hier prima, zolang hij in het zwembad ligt, of dvd kijkt. Al het andere op deze plek kan hem, logischerwijs, gestolen worden. Hoewel hij vandaag wél heel blij was met zijn eigen spidermanzonnebril. Ook kon hij na een paar vieze gezichten, uiteindelijk de bananenchips die je in ieder stalletje op elke straathoek kunt kopen, wel waarderen. De uitvinding van de reis is trouwens de portable dvd-speler! Zonder dit godsgeschenk hadden we al 3 keer in het vliegtuig terug gezeten. Ideaal voor busreizen, te lange restaurantbezoeken, lome namiddagen en gewoon voor het slapen gaan. Een beetje van thuis (lees; Thomas) in een apparaatje zo groot als een boek. Het maakt Juul héél gelukkig bij tijd en wijlen. En ons dus ook!

Aparte vermelding waard zijn onze Nederlandse vrienden Hanke en Frodo, die nu 5 weken op weg zijn in een reis van 6 maanden door Midden- en Zuid-Amerika. We troffen hen voor het eerst aan in la officina van Ticabus in het immer pittoreske Tegucigalpa en de daaropvolgende dagen waren we niet meer weg te slaan uit elkaars blikveld. Op iedere hoek van elke straat, in ieder café, op elk plein was het wéér raak. Alsof we elkaar aan het achtervolgen waren. We eindigden na een immense zoektocht dan ook in het zelfde hostel, kamers náást elkaar. Maar leuk, want het klikte. En Juul was fan van ze! Nadat Hanke hem had omgekocht met een grote chocoladeijsco, konden ze helemáál niet meer stuk. Eindelijk weer eens mensen die NORMAAL praten! Liedjes van Thomas, verhalen over Bob de Bouwer en zonnecreme, en hoe die helpt je te beschermen tegen de zon, die je velletje eraf wil branden. Juul was niet meer te stoppen. Vanochtend dikke kussen en knuffels toen ze vertrokken. Naar... Granada. Dus...  jongens, tot morgen! Adios.

Gepost door: renzell op 18-02-2009 om 03:21
Klik hier om de 5 reactie(s) te bekijken.
16-02-2009 - Tecucicalpa
We zijn er een ware attractie; een grote, blonde reus, slapend in een ultrasupersonische buggy, met daarachter twee zwetende volwassenen, die proberen het onhandige ding zonder ongelukken over de smerige en smalle stoepjes vol (soms metersdiepe!) gaten te manouvreren en ondertussen smachten naar iets kouds, een terrasje, de koelte van een fijn park. Het blijkt er allemaal níet te zijn. Welkom in Tecucigalpa, bij deze uitgeroepen tot kutstad van de reis.
Het begint al bij aankomst. Na een busrit die bijna 2 uur langer duurt dan gepland (door een defect aan de bus, waardoor we een tijdlang stil staan langs de kant van de weg), komen we enigszins geradbraakt aan in de hoofdstad van Honduras. Het regent pijpenstelen. Het is nu zaak om snel een taxi te pakken naar het hotel dat we uit de Lonely Planet hebben geprikt. Uiteraard worden we flink genaaid. De rit kost 150 lempiras (en blijkt de volgende dag tussen de 60 en 80 lempiras te moeten kosten), maar het is donker, ik heb buikpijn, ben moe en voel me niet in staat tot onderhandelen. Het hotel waar we ons laten afzetten, blijkt uiteraard vol te zijn. De man die ik wakker bel, zegt mij onmiddellijk dat het niet veilig is om hier `s avonds aan de deur te staan. Maar de taxi staat te wachten met draaiende motor (al is de taxichauffeur zelf nogal nerveus geworden van mijn vraag te blijven wachten), dus ik maak me niet echt druk. De taxichauffeur blijkt nog wel iets te weten, en wij zijn zo stom de Lonely Planet in de kofferbak tussen de andere spullen te hebben gepropt, dus zelf hebben we niet echt veel betere alternatieven. Uiteraard is dit hotel aan de andere kant van de stad en probeert de taxichauffeur ons opnieuw 150 te laten betalen. Na een kort en enigszins timide protest mijnerzijds, bindt hij verbazingwekkend genoeg tóch in. Hij gaat accoord met `slechts` 50 extra en lacht waarschijnlijk in zijn vuistje. Het hotel blijkt niet veel meer dan een veredelde afwerkplek. We krijgen een veel te kleine kamer voor veel te veel geld. Een tweepersoonsbed hebben we, met z`n drieën, want twee bedden blijkt niet te betalen (herstel; we weigeren het astronomische bedrag te betalen dat ze hier voor een kamer met 2 bedden durven te vragen). Ik doe geen oog dicht die nacht.
De volgende ochtend beginnen we te twijfelen aan ons aanvankelijke plan om hier 2 dagen te blijven om vanuit hier wat dagtrips te maken in de omgeving. We moeten eerst een nieuw hotel zoeken, zoveel is duidelijk. Het enige voordeel van deze plek is dat la oficina van Ticabus 1 blok verder zit. Als we schuin tegenover ons een hotel vinden dat nog niet de helft van de prijs van het vorige blijkt te vragen, en Ticabus laat weten dat we de volgende dag om 09.15uur in de bus naar Nicaragua kunnen zitten, zijn we overstag. We zullen hier 1 dag doorbrengen, en morgen doorstomen.
Dus `doen` we 1 dag Tecucigalpa; de stad waar geen terras te vinden is, waar je tas leeggeroofd wordt waar je bij staat, waar de enige horecageledenheden Amerikaanse ketens zoals de Subway zijn, waar de uitlaatgassen je naar je bol stijgen en waar geen gezellig plekje te vinden is. Ik ben dolblij als we de volgende dag deze kutstad kunnen verlaten. Pluspunt van de dag; een heel cool shirtje voor Juul (nadat er 1 kwijt raakte in de was) en een vestje voor mij (die ik in week 1 al liet liggen in de bus op weg naar lago de Atitlan). Bye bye Honduras, buenas días Nicaragua, het vierde land dat we betreden sinds het begin van onze reis. Naar dit moment hebben we heel erg naar uitgekeken! We hebben veel pijlen op Nicaragua gericht; León, Granada, San Juan del Sur, the Corn Islands, Isla de Ometepe.... nieuwe ronde, nieuwe kansen! Jippie!!!

Gepost door: renzell op 16-02-2009 om 16:01
Klik hier om de 3 reactie(s) te bekijken.
16-02-2009 - Honduras

Na menig dikke negerin met gouden tanden, die te pas en te onpas en zonder enige aankondiging, begint ons haar in te vlechten, van ons af te hebben geslagen in Livingston, begeven we ons richting Río Dulce, onze laatste bestemming in Guatemala. Río Dulce is een droombestemming, in alle opzichten. Het is omgeven door jungle, ligt aan de oever van een gigantisch meer en is omringd door verborgen watervallen en mysterieuze vogeleilanden. Maar het weer zit ons niet mee. We hebben wilde plannen, maar na 2 dagen miezer en Hollandse taferelen, besluiten we voortijdig af te taaien. Jammer, want het hostel is absoluut één van de mooiste plekken waar we deze reis hebben mogen vertoeven. Vanaf de gore heksenketel die de hoofdstraat van het stadje is, pakken we een bootje die ons naar deze prachtige plek brengt, gelegen aan één van de vele, pittoreske vertakkingen van de rivier (die hier ongeveer uitmondt in het grote meer). Casa Perica heet het, en het wordt gerund door 4 Zwitsers. We horen dientengevolge voor de verandering plotseling overal Duits en Zwitsers om ons heen (want soort trekt soort). Je kunt `s middags intekenen voor het gezamenlijke buffet `s avonds en dit eten blijkt een groot succes. Op zaterdag eten we ons ongans aan de meest decadente BBQ aller tijden. Ik ben er kotsmisselijk van. Als ik daar bovenop voor het slapen gaan óók nog een cornetto wil, word ik genadeloos afgestraft. Een spin zo groot als een bescheiden tarantula zit op de vuilnisemmer. Het meisje dat even daarvoor gillend een meter de lucht in vliegt, wijst ons het monster aan. Dit resulteert in 12 uur lang non-stop kippenvel en een nacht vol onrustige dromen Het klinkt stom, maar het ís zo; ik moet er altijd even doorheen, die eerste écht grote spin. In Ecuador waren we er op een gegevn moment helemaal aan gewend, maar hier was het toch weer of ik voor het eerst zo`n dikke, harige jongen zag. Rrrrrrrrrrr!!! Gies, goed dat je hier niet bij was! 


Maar zoals ik al zei; na 2 dagen houden we het voor gezien. Alles is nat. Zelfs het bed, waar we met z`n drieën in liggen, aangezien Juul twee dagen achter elkaar zijn nest volgepist heeft (ongetwijfeld door het onophoudelijke geroffel van de regen op het dak van ons privéhutje, dat op palen in het water staat). We pakken op dag 3 dus de bus naar San Pedro Sula, de tweede stad van Honduras, en vanaf daar in één ruk door naar Tela.             


Lisah, je had gelijk! Niemand in de inmiddels zo bekende, authentieke klederdracht van de Guatemalteken hier, niemand! Ik heb veel aan jullie moeten denken en vroeg me af of jullie hier eigenlijk überhaupt gestopt zijn op weg naar de Bay Islands... Honduras is na Guatemala of je in een andere wereld terecht komt. Gewoon mensen met een spijkerbroek hier. Strak om de kont, of deze nu een maatje 34 of 56 is. Heren met poloshirtjes en/of keurige blousjes. Dames met gelakte teennagels en geëpileerde wenkbrauwen. Ik voel me er een slons van een reiziger, met slippers die 3 maten te groot zijn en waar ik al een jaar (te) lang op rondloop. Binnen 3 dagen hebben ook ik en Julius glitternagelak op onze tenen. De mensen lijken hier een stuk opener en vriendelijker te zijn dan in Guatemala. Alsof ze minder getraumatiseerd en daardoor wantrouwig zijn door de gruwelijke burgeroorlog die daar bijna 30 jaar gewoed heeft (en pas halverwege de jaren 90 ten einde liep). Honduras is veel meer beïnvloed door het westen (lees; de USA) ook. Dat klinkt overal in door; de kleding, de kaas die in de schappen van de supermarkt ligt, de muziek die door de luidsprekers schettert, alles. Ondanks (of dankzij?) dit zijn we onmiddellijk gecharmeerd van dit stadje en deze nieuwe cultuur. Zó gecharmeerd, dat we besluiten hier minimaal 4 dagen te blijven. Het absurd grote en naar onze maatstaven luxe appartement dat we betrekken, draagt hier ongetwijfeld aan bij. Televisie met kabel en non-stop Amerikaanse films, warm water uit een douche waar je met een universal sinkplug ook een bad van kan maken (jeej, kind in bad, kind in bad!!!), een eigen keuken (waar we een paar dagen heel netjes broccoli, worstjes en aardappels eten), airco en 2 heerlijke bedden. In Tela doen we niet veel meer dan ontbijten, koffie drinken, naar het strand wandelen, in de Caribische zee liggen, al onze tijdschriftjes van kaft tot kaft doorspitten, boodschappen doen in de supermarkt die bij tijd en wijlen wel een discotheek lijkt, zo hard als de muziek er staat, koken, Cuba libres mixen (waar we heel bedreven in worden) en deze vervolgens met verve opdrinken, films kijken, daarbij in slaap sukkelen en ons dan naar het bed slepen, waar we rond 6 a 7 uur in de ochtend maar weer uitkruipen omdat het leven op straat dan toch écht begint en het dientengevolge onmogelijk is om door te slapen. Kortom; Tela is een pitstop. Welverdiend, zo voelen wij het. Bizar overigens.... Tela heeft een prachtig strand, maar geen hond die het schoonmaakt. Tussen de palmbomen ligt het dus bezaaid met plastic, rotte kokosnoten, afgekloven slippers en zelfs naalden. Niks niet fijn zonnebaden hier dus. Voor het écht goede strand moet je een kwartiertje langs de vloedlijn lopen. Je komt dan terecht op het bewaakte terrein van een (voor Honduriaanse begrippen) buitensporig duur hotel waar alleen maar opgeblazen, welgestelde Amerikanen (50+) liggen te roosteren in het zand. Ach, het is ook wel eens leuk om het lekkerste wijf van het strand te zijn. Minder is het, dat als je er naar de wc wilt, je over een soort catwalk moet lopen waar links 3 mannen met dubbelloops staan en rechts een stel straatventers met gouden voortanden. Al deze mannen nemen heel kalmpjes de tijd om ieder vrouwelijk stuk vlees van top tot teen uit te checken als het voorbij loopt. Niet echt prettig als je op dat moment net denkt; `Hmmm, volgens mij kruipt die bikini nét iets te veel tussen m`n billen nu...` Dit alles nemen we echter graag op de koop toe, want als je ziet hoe goed dit alles Julius doet, dan zou je zelfs nog in je blote kont over die catwalk paraderen. Het jongetje geniet! Hij is niet uit het water te slaan. Het liefst speelt hij van ´s ochtends vroeg tot `s avonds laat in het zand. Maar aan alle pret komt een einde, en op dag 5 rammen we in een lange dag van Tela naar Tecucigalpa, de hoofdstad van Honduras.


Ook hier had je gelijk Lisah. Er zijn weinig redenen voor een mens om naar Tecucigalpa te gaan, en nog veel minder om er te blijven. Morgen meer over ons korte bezoek aan deze kutstad. Nu nog een bier, en de rust.


 


 Adios.



Gepost door: Renzell op 16-02-2009 om 04:18
06-02-2009 - Belize en dat soort zaken meer
Nu het leukere nieuws, dat er óók is! Maar ons bootavontuur verdiende even een aparte vermelding. Hopelijk kan het niet alleen op papier, maar ook in onze hoofden vanaf nu een afgesloten hoofdstuk zijn. In Belize zijn we 2 dagen op het tropische eiland Caye Caulker geweest. Een soort bountyreclame was het, met coconut-rumcoctails (heel toepasselijk ´Panti rippers´ genaamd), belachelijk turquoise water, lobsters op de BBQ, palmbomen en rastanegers die voortdurend achter je aanlopen met de vraag op je misschien ganja wilt kopen (een ´no thanks, we´re from Holland´, is meestal voldoende om een grote grijns op hun gezicht te toveren). Belize is compleet anders dan Guatemala. Niet te vergelijken deze twee landen. Om te beginnen spreken ze in Belize (als enige van alle Midden-Amerikaanse landen) Engels in plaats van Spaans. Verder zijn de meeste inwoners van Belize pikzwart. Big (echt huge!) mama´s, tandenloze dronkaards, vriendelijke verkopers die met iedere voorbijganger een praatje willen maken, dikke mannen die Julius willen knuffelen, vrouwen met gouden tanden die onze zoon zomaar beginnen te kussen op straat. Dát is Belize. De kust staat bekend om zijn Garífuna cultuur; een interessante mix van Afrikaans en Indiaans bloed. je komt er echt van alles tegen; Creolen, Garífuna, afstammelingen van de Maya´s, Britten, Amerikanen, Chinezen, Indiërs, alles!

Caye Caulker was echter enigszins boven ons budget, vandaar dat we na 2 dagen paradijs besloten in rap tempo af te zakken naar het zuiden des lands. Hierbij maakten we echter de fout om direct door te blaffen naar Punta Gorda, in plaats van een bus naar het pittoreske Placencia te nemen (ja ja, af en toe tóch wat verder kijken dan die Lonely Planet van Central America lang is). Punta Gorda bleek niets te zijn dan een compleet uitgewoond stadje zonder strand. Een einde van de wereld gevoel gaf het ons. Het enige zinnige dat je vanuit daar kunt doen is Guatemala weer in gaan.

Kortom, daar zijn we nu weer. In Livingston welteverstaan. Oók Garífuna hier, plus nog tientallen andere nationaliteiten. Livingston is vriendelijk en overzichtelijk. Oh, en ze hebben er om precies te zijn 1 cd, namelijk ´the best of´ van Bob Marley. Morgen gaat de reis (per boot, ja ja... maar gelukkig over een rivier dit keer) naar Rio Dulce, schijnbaar één van de parels van Guatemala. Rio Dulce is een plaatsje aan een groot meer midden in de jungle. Er vertrekken vanuit daar tal van interessante excursies; jungletochten in alle soorten en maten, bezoekjes aan het enorme Spaanse fort dat daar ligt, veel dingen die leuk zijn om met Juul te doen. Lekker een paar dagen relaxen, om vervolgens vanuit daar in een vrij rap tempo door te stoten naar Nicaragua.

Aparte vermelding waard trouwens, Juul toont zich een ware reiziger! Busreizen, hitte, wachten, elke nacht een ander bed... meneer trekt het prima en steeds beter ook. Hij heeft vlechtjes in zijn haar, stinkt een uur in de wind en eet meer frietjes dan hij in de rest van zijn leven op zal kunnen. Kortom; Juul geniet. Een paar andere kinderen tegen komen zou nog fijn zijn, maar hij spreekt steeds meer woordjes Spaans en Engels en is vooral steeds minder bang voor ´al die Spaanse en Engelse mensen´. Af en toe gaat hij uit zichzelf al het contact aan met kleine, met snot besmeurde rastanegertjes die hij op straat tegenkomt en hem wel interessant vinden, heel leuk om te zien is dat.

En nu is mijn uur internetten voorbij. Later meer nieuws!


Liefs van ons!
Rens, Sander en Julius.

Gepost door: Renzell op 06-02-2009 om 02:34
Klik hier om de 5 reactie(s) te bekijken.
06-02-2009 - Daar was ie weer...
En jawel hoor, daar was ie dan weer; de doodsangt. In Ecuador waren het wilde honden, hier was het een rit van Punta Gorda  naar Livingston. Per boot gingen we. In een lancha, om precies te zijn. Zo noemen ze de zwaar gemotoriseerde versie van die pittoreske bootjes in de Efteling hier in Midden-Amerika. Om van het meest zuidelijke puntje van Belize naar Guatemala te komen moet je een stuk open zee oversteken. Dat hebben we geweten. Ik vertrouwde het al niet toen we nog op de kade stonden (vanaf nu altijd op mijn gevoel vertrouwen dus, ALTIJD!). Te veel mensen, te veel tassen, te veel water en een te kleine, gammel uitziende sloep. We zaten voorin de boot. Fout! Nooit meer doen. Altijd achterin en in het midden. Binnen 5 minuten begon de boot te stuiteren op het water en binnen 10 minuten waren we tot op ons ondergoed doorweekt. In eerste instantie inderdaad enigszins als een iets te ruig uitgevallen Eftelingattractie. Echter met als wezenlijk verschil dat het gevaar hier heel reëel was en er in de wijde omtrek niemand was die iets voor ons had kunnen doen als het mis was gegaan. Torenhoge golven op een gegeven moment, een boot die door de lucht vloog en onophoudelijk met harde klappen op het water stuiterde en een kapitein die maar doorknalde, zonder sturen, zonder stoppen, in een kaarsrechte lijn op Livingston af. Doodsangsten hebben we uitgestaan. Juul heeft gelukkig een groot deel van de reis geslapen, zich ondertussen vastklemmmend aan mijn schoot. Op een gegeven moment werd het zó erg dat ik ervan overtuigd was dat we het niet zouden halen. Juul begon te huilen, de klappen werden harder en deden nu echt pijn en de golven werden hoger en hoger. Na 3 kwartier horror kwamen we aan in Livingston. Daar kwamen de tranen van opluchting, dat we er nog waren, dat Juul er nog was. Klappertandend van kou en shock stonden alle medereizigers met elkaar te praten bij de immigration. Juul kreeg van iemand een droge blouse omgewikkeld. ´I could see the fear in youre eyes´, zei de vrouw die mij hielp om Juul aan het einde van de rit op een veiliger plek in de boot te krijgen. Ik kon alleen maar janken. Zelfs de kapitein, een pikzwarte, totaal onderspannen Beliziaan, gaf toe dat hij bang was geweest. ´You´re child was the little angle on the boat´, zei hij. En dat was hij. Het bleek overigens dat de kapitein wel degelijk alles had gedaan wat in zijn macht lag om ons veilig naar de overkant te krijgen. Maar als je gaat sturen of aarzelen in zo`n woeste zee, dan ben je er geweest. Rechttoe rechtaan is de enige manier om te overleven. Een weloverwogen tactiek dus, geen doodsverachting . Juul was de uren daarna compleet buiten zinnen van vreugde. Hij sprong en rende om ons heen, knuffelde ons voortdurend en bedolf ons onder kussen. Zeker weten dat die op een onbewust niveau gevoeld heeft  wat er aan de hand was. Gelukkig is het vandaag niet meer dan, ´die stomme boot had ons helemaal natgespetterd hè mama...´ Dat is zijn herinnering aan deze voor ons behoorlijk traumatische ervaring. Maar het  is voorbij. En wij zijn er nog, godzijdank! En laten zoiets nooit, maar dan ook nooit meer gebeuren!

Gepost door: Renzell op 06-02-2009 om 01:58
Klik hier om de 1 reactie(s) te bekijken.
29-01-2009 - De reis is begonnen

Zo, vanavond geht´s dan toch echt loos. Om 19.00uur pakken we een shuttle naar Guatemala city, om vanuit daar om 21.00uur de nachtbus naar Tikal te nemen; de grootste en veruit de meest indrukwekende Mayaruïnes van heel Midden-Amerika (Mexico even niet meegerekend). Om 05.30uur morgenochtend komen we daar aan. We hebben een leuk hostel gezocht via internet in het immens toeristische Flores; Los Amigos, gerund door een Nederlandse jongen en zijn Guatemalteekse vriendin. Het zag er wederom belachelijk pittoresk uit. Ik ben benieuwd hoe het zal gaan met Juultje; de reis naar het hart van de jungle en het verblijf in het snikhete Tikal. We hebben nu alvast de deal gemaakt dat als hij het niet trekt, wij om de beurt naar Tikal gaan en om de beurt een dag met Juul in het meer gaan liggen weken. Na Tikal gaat we richting Belize voor een weekje strand, palmbomen, Caribbean style seafood en reggae met de Garífuna.


De afgelopen week heb ik mijn Spaans proberen te upgraden door 5 dagen lang 4 uur les per dag te nemen. Dat was behoorlijk intensief. Een week lang van 8 tot 12. En niet in en klasje, maar 1op 1. En dat met een juf die géén Engels spreekt. Kortom; je wordt gedwongen om de volle 4 uur Spaans te spreken. Tot je hoofd er van gaat tollen. Maar het heeft wél als gevolg dat mijn steenkolenspaans met rasse schreden vooruit gegaan is en ik me al heel wat beter uit eenvoudige gesprekjes red dan voorheen, al blijf het zweten met die verdomde Preterito en Imperfecto. Edoch... oefening baart kunst, dus ik ploeter vrolijk verder. In Nicaragua wil ik misschien nog een week les nemen, als ons budget dat toelaat.


We zijn overigens niet de hele tijd in Antigua gebeleven. Het afgelopen weekend hebben we doorgebracht aan het wonderschone lago de Atitlán, op zo´n 3 uur rijden van hier. Met de shuttle naar Panajachel (ook wel Gringotenango genoemd, omdat er zo veel toeristen zitten) en vanuit daar per motorsloep naar het piepkleine Santa Cruz, waar ons thuishonk voor dat weekend; ´La Iguana Perdida´ prachtig gelegen lag aan het meer. Het hostel wordt gerund door een stel Aussies, dus ze weten er wel raad met de cervesas. Iedere dag voor 15.00uur kun je intekenen voor het avondeten. Alle gasten eten dan gezamenlijk aan een lange tafel. Op zaterdag steken ze de BBQ aan, en is het ´dragnight´. Verkleden verplicht. Dus op zaterdagavond zat Julius in een zwart niemendalletje, Sander in een roze soepjurk en ik met pet en snor aan tafel en is er zowaar zelfs gedanst, al lag Juultje 5 minuten na het avondeten KO in onder zijn muskietennetje in onze cabaña.        


Gisteren hebben we Julius bij Marcia geparkeerd en zijn wij de actieve vulkaan Pacaya opgegaan. Dit avontuur stuitte op enige weerstand bij de kleine man, maar uiteraard was het 5 minuten na ons vertrek helemaal oké. Hij heeft lekker Thomasspel zitten spelen, de baby´s gevoerd en voor de honderdste keer de dvd van Buurman en Buurman gekeken (die portable dvd-speler is echt de uitvinding van de eeuw!), terwijl wij onszelf onder begeleiding van een olijke Guatemalteekse gids de berg opploeterde, om na anderhalf uur klimmen aan te komen bij het eindpunt, een stroom lava. Ja, en daar sta je dan bij die lava; vink. Zo, ook weer gedaan. Maar, eerlijk is eerlijk, het uitzicht vanaf de berg op de 3 vulkanen die Antigua omringen was werkelijk adembenemend. En ja, het was tóch ook wel gaaf om op 2 meter afstand van de lava te staan, bijna weggeschroeid te worden door de hitte en toe te kijken hoe schreuwerige Amerikanen hun marsmellow´s roosteren in het vuur van de vulkaan.


Verder viel ons na de reis naar Atitlán en een tripje naar een dorpje iets verdergelegen aan het meer, vooral de enorme armoede van het land op. Guatemala is echt een ontwikkelingsland, zoveel is ons nu wel duidelijk. De verschillen tussen arm en rijk zijn enorm en onoverbrugbaar. Heel schrijnend om die kleine, vieze kindertjes te zien met grote bossen leña (brandhout) op hun rug. Met Stuardo, de eigenaar van ons hostel, hebben we een lang gesprek gevoerd over de politieke situatie in dit land en de rest van Midden-Amerika. Dat was heel inspirerend en verhelderend. Het liet ons opnieuw zien dat ons perspectief waarmee we naar de wereld om ons heen kijken, zó ontzettend beperkt is en het poldermodelle Balkenende misschien tot op zekere hoogte mag werken in ons eigen, veilige landje, maar dat verreweg het grootste gedeelte van de wereld te maken heeft met problemen die ons voorstellingsvermogen compleet te buiten gaan. Dat blijft confronterend. Verschrikkelijk, maar tegelijkertijd ook goed om te zien.


Nu moet ik stoppen. We gaan zo naar Marcia en Gustavo om gedag te zeggen, waarna we vanmiddag met Juul proberen naar een zwembad hier in de stad te gaan,want het badje in de tuin van ons hostel is zó verschrikkelijk koud, dat het en wonder is dat er geen ijs op ligt.


 


Tot snel weer!


Groet van ons allen.



Gepost door: Renzell op 29-01-2009 om 19:47
Klik hier om de 7 reactie(s) te bekijken.
21-01-2009 - de landing

Niemand had het gezegd dat het eenvoudig zou worden, 17 uur reizen met een peuter in je kielzog. Maar ik moet zeggen dat Juul de reis als een ware held doorstaan heeft. Natuurlijk heeft hij zich zo´n 100 keer over zijn vermoeidheid, verveling en soms pure frustratie heen moeten zetten, maar steeds was hij binnen een kwartier na de misère weer het zonnetje. Zelfs als we hem voor de zoveelste keer wakker moesten maken in het holst van de nacht, kwetterde hij binnen een half uur alweer vrolijk op zijn sokjes rond op Houston airport. Het heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat de vlucht van Amsterdam naar Houston nog niet voor eenderde gevuld was. We konden ons dus vrij door het vliegtuig bewegen en nestjes en speelplekken maken waar nodig. Minpuntje aan het hele reisgebeuren was dat we op zondagavond om 23.45uur, tot aan de nok toe bepakt en bezakt, op een uitgestorven Schiphol stonden, toen we erachter kwamen dat het niet 01.40uur ´s nachts, maar diezelfde tijd de volgende middag betrof . Ai. Een goed begin is het halve werk! En dit nog los van de stevige, ouderwetse griep, waar ik gisteren rillend van koorts en ellende mee het vliegtuig instapte. Gelukkig is deze inmiddels gedegraderd tot een irritante en koppig aanhoudende kriebelhoest en een gelukkig niet meer zo heel knallende koppijn, die goed is te onderdrukken door de hele dag door paracetamol te slikken (mijn redding van de afgelopen 3 dagen).


Maar nu dus in Antigua! Eindelijk!!! Superrrrrrpitoresk! Het hostel is eenvoudig, maar heerlijk! We kunnen zelf koken, er is een grote (afgesloten) tuin, waar Juul in kan spelen, een zwembadje, een bbq, een huiskamer met televisie en gratis internet. En Juul gedijt, zoals te verwachten viel, goed in zo´n huiselijke situatie. Dat voelt veilig. De stad zelf vindt hij nog een beetje druk volgens mij, hoewel Antigua heel mellow is en zeker niet zo´n hectische heksenketel als Guatemala City. Maar er komt gewoon veel op hem af; nieuwe geuren en kleuren, een andere taal, de mensen, de geluiden, de hitte, het tijdsverschil.... veel. Stap voor stap doen we het. Vanmiddag al even bij Marcia op bezoek geweest (óók fijn, om mensen te kennen die hier wonen!) en een hamburger met frietjes gegeten, dus dat was una fiesta.


Nu even naar de mannen toe en dan straks koken, heel Hollands om 18.00uur. Maiskolfjes, worstjes, aardappels en salade. We kunnen wel wat krachtvoer gebruiken na al die plastic vliegtuigmeuk en zoete zoethoudertjes.


Later meer over de stad, het land en onze avonturen!


Adios amigos.


Oh, een kleine edoch fijne toevoeging: meneer z´n ´pijne armpje´ gaat met grote sprongen vooruit! Hij doet er zo goed als alles weer mee, en dat terwijl de fysio 6 weken hersteltijd had voorspeld. Goed nieuws dus!



Gepost door: Renzell op 21-01-2009 om 00:28
Klik hier om de 8 reactie(s) te bekijken.
11-01-2009 - Nog 1 week te gaan.

Het leek mij een ietwat overdreven actie; een weblog aanmaken voor 2 maanden aan de overkant van de grote plas, maar om mijzelf (want ik ben niet in de veronderstelling dat de andere leden van het reisgenootschap het voortouw zullen nemen als het gaat om communicatie met het thuisfront) die wekelijks urendurende sessies van geplak en geknip met in een smoezelig schriftje neergekalkte email-adressen van vrienden en familie in schmutsige internetcafé's  te besparen, vind ik het bij nader inzien plotseling tóch een prima idee!


Wij gaan naar Midden-Amerika! Juul, Sander en ik vliegen op maandag 19 januari vanaf Schiphol naar Guatemala City. Dit doen we met minimaal 1, maar waarschijnlijk zelfs 2 tussenstops. In Newark en Miami welteverstaan. Kortom; een gedoe. Geen twijfel mogelijk. Maar als rechtgeaarde Hollander heb ik uiteraard net zo lang gespeurd tot ik het allergoedkoopste ticket van de wereld in handen had. De prijs daarvoor betalen we terug in ongemak. Het zij zo.


Midden-Amerika dus, van Guatemala naar Costa Rica en vanuit daar weer terug naar Nederland. Guatemala City slaan we over, want; goor, lelijk en gevaarlijk. In plaats daarvan zullen we op de avond van 19 januari met een shuttlebusje worden opgehaald van het vliegveld en linea recta naar een heerlijk hostel (mét zwembad!) in het pittoreske Antigua gereden worden. Hier zullen wij de eerste dagen van ons avontuur op het gemak de jetlag wegspoelen met liters verse vruchtensappen en ijskoud bier. Verder zal het menu de komende maanden waarschijnlijk bestaan uit rijst, bonen, kip, rijst, een maiskolf, nog wat kip, bonen, bonen, bonen, een tortilla met kip, rijst en bonen en nog maar een maiskolf. Oh, en voor Julius 'muchos helados grandes' natuurlijk (gelukkig weet ie nu al hoe je een ijsje moet bestellen in het Spaans). Verder zullen we er Marcia opzoeken. Dat is een oude schoolvriendin van Sander, die met een Guatemalteek en 2 kleine kotertjes in Antigua woont. Een heel fijn idee, vind ik, om daar iemand te kennen die het land en de mensen kent, die tips kan geven over waar wel of niet naartoe te gaan met een peuter en dat soort dingen meer. Marcia werkt bij een reisorganisatie en haar vriend heeft een Spaanse school, waar ik graag mijn Spaans wat op wil vijzelen de eerste week. De ideale plek om te landen dus.


Over onze reisroute twijfelen we nog. Wordt het Guatemala, Belize en dan rechtstreeks naar Nicaragua, of nemen we de bus en doorkruisen we Honduras (of wellicht zelfs El Salvador) nog? En lukt het nog om iets van Panama te zien, of blijft Costa Rica de eindhalte? Het is en blijft moeilijk om vanaf hier te bepalen, met alleen een Lonely Planet en een kaart van Midden-Amerika op zak. Het zal zich daar wel uitwijzen.


Nu eerst verder met lijstjes maken, afstrepen, tobben over welke shirtjes, rokjes, hoeveel onderbroeken, wel of geen klei mee en honderd dingen meer. Later meer!


Groet! Rens.



Gepost door: Renzell op 11-01-2009 om 22:13
Klik hier om de 5 reactie(s) te bekijken.

Statistieken
Hits vandaag: 1
Hits totaal: 25720
Aantal logs: 14
Aantal reacties: 50



PHP Parsetijd: 0.038 sec, MySQL 26 queries in 0.021 secs